Omgevingsplan: Wie, wat, waar, wanneer, waarom en hoe!

De nieuwe Omgevingswet is één van de grootste wetgevingsoperaties sinds de Grondwet van Thorbecke uit 1848 en treedt begin 2019 in werking. De wet maakt het omgevingsrecht ook in de openbare ruimte in Nederland straks eenvoudiger. Er komt meer vrijheid om zelf initiatief te nemen voor een gezonde en duurzame leefomgeving. Met minder rechtszekerheid en meer kansen voor groei gericht op duurzame ontwikkeling, regionale verschillen, maatwerk en participatie.

In dit artikel ga ik kort in op het Omgevingsplan één van de zes kerninstrumenten in de Omgevingswet.

Waarom één Omgevingsplan?

De Omgevingswet heeft als uitgangspunt dat gemeenten hun regels over de fysieke leefomgeving bijeenbrengen in één gebiedsdekkende regeling. Voor de gemeenten betekent dat een omgevingsplan voor de hele gemeente. Eén gemeentelijk omgevingsplan bevordert de inzichtelijkheid, samenhang en naleving.

Een Omgevingsplan leidt direct tot betere mogelijkheden voor integraal beleid, tot een betere bruikbaarheid en substantiële vereenvoudiging. De huidige naar schatting maar liefst 50.000 bestemmingsplannen en beheersverordeningen worden circa 400 omgevingsplannen. Een Omgevingsplan bespaart kosten, beperkt onderzoekslasten en er komen betere mogelijkheden voor digitale vaststelling en beschikbaarheid van plannen, besluiten en onderzoeken.

Wat is het Omgevingsplan?

In de Omgevingswet is opgenomen, dat:

  1. Eén omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente door de gemeenteraad wordt vastgesteld, waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen. (Artikel 2.4 Omgevingswet).
  2. Het omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en andere regels bevat die met het oog daarop nodig zijn. (Artikel 4.2 Omgevingswet).
  3. De Uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht) met 6 weken voor zienswijzen ter visie is van toepassing op de voorbereiding van een omgevingsplan (Artikel 16.30 Omgevingswet).
  4. In het Omgevingsplan kunnen gemeenten er voor kiezen vast te stellen:
    1. omgevingswaarden (artikel 2.11 Omgevingswet);
    2. regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving (artikel 4.1 Omgevingswet);
    3. maatwerkregels (artikel 4.6 Omgevingswet);
    4. beoordelingsregels voor de verlening van een omgevingsvergunning voor een afwijkactiviteit (artikel 5.18, eerste lid Omgevingswet).

De onderstaande figuur uit de Memorie van toelichting van de Omgevingswet geeft de keuze voor regels weer: uniform of maatwerk en qua type regel doelvoorschriften of maatwerkvoorschriften.

Voor- en nadelen van verschillende typen regels

Waar gaat het Omgevingsplan over?

Het Omgevingsplan gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving voor het gehele grondgebied van de gemeente. Onder de fysieke leefomgeving omvat in ieder geval:

  1. bouwwerken,
  2. infrastructuur,
  3. watersystemen,
  4. water,
  5. bodem,
  6. lucht,
  7. landschappen,
  8. natuur,
  9. cultureel erfgoed,
  10. werelderfgoed

Met gevolgen die uit wijzigingen, gebruik, activiteiten kunnen voortvloeien.

Hoe werkt een Omgevingsplan?

Het Omgevingsplan lijkt op het huidige bestemmingsplan, maar hiermee een veel ruimere reikwijdte. Waar een bestemmingsplan “slechts” beperkt is tot een “goede ruimtelijke ordening” gaat het Omgevingsplan veel verder en heeft als doel een “goede fysieke leefomgeving”.

Het is echt een nieuw instrument, met nieuwe, onbekende mogelijkheden voor het invullen van de beleids- en afwegingsruimten in het fysieke domein. Belangrijkwinstpunt is de grotere onafhankelijkheid voor gemeenten ten koste van het rijk en de provincies. Hierdoor vindt besluitvorming zo dicht mogelijk bij de inwoners en ondernemers plaats en daarom door de gemeente!

Wanneer starten met een Omgevingsplan?

Gemeenten kunnen in pilots nu al experimenteren met het Omgevingsplan door met de Crisis- en herstelwet van de Wet ruimtelijke ordening af te wijken. De reikwijdte van het bestemmingsplan mag worden verbreed van ‘goede ruimtelijke ordening’ naar een ‘gezonde en veilige fysieke leefomgeving’.

Starten met een Omgevingsplan zonder Omgevingsvisie is het paard achter de wagen spannen!

Voordat gemeenten starten met het opstellen van een Omgevingsplan is een duidelijke Omgevingsvisie vereist om zorgvuldig, afgewogen en efficiënt keuzes in het Omgevingsplan te kunnen maken, want starten met een Omgevingsplan zonder Omgevingsvisie is het paard achter de wagen spannen!

Wie gaat het Omgevingsplan merken?

Iedereen in Nederland gaat het Omgevingsplan in meer of mindere mate merken. Het Omgevingsplan heeft in ieder geval gevolgen voor:

  • Wethouders en gemeenteraadsleden en alle gemeentelijke ambtenaren.
  • Alle inwoners en ondernemers in Nederland.

Uw reacties zie ik dan ook graag tegemoet…

Over Arno Kleine Staarman

Arno Kleine Staarman is eigenaar van Aranto. De missie van Aranto is om gemeenten de mogelijkheid te geven om ruimtelijke ontwikkelingen en huisvestingsvraagstukken naar eigen wens te kunnen realiseren!

Een bericht schrijven

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Je kunt de volgende HTML opmaak gebruiken

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>